Veldwerk geochemie Nickerie afgesloten
Met het terughalen van de laatste modules uit de zwamp op 8 mei
is het veldwerk in de tweede fase van het geochemisch onderzoek in
Nickerie afgesloten. De uitdagingen waren groot, maar het werk is
met grote motivatie en volle inzet naar tevredenheid geklaard.
Op 18 februari is de tweede fase begonnen in de zwamp ten noorden
van de ‘Afdamming’. Op 30 maart startte het terughalen
van de modules die nu in de VS zijn voor analyse; de resultaten worden
in augustus dit jaar verwacht. Op de laatste dag van het veldwerk
nemen we een kijkje. De laatste modules in Merki Pan worden teruggehaald.
Een fikse regenbui brengt wat vertraging in het programma, maar na
een uur of zo kunnen we vertrekken vanuit het kantoor aan de Emmastraat
naar het basiskamp te Longmay.
Uitdagingen
Voor de ingang van het basiskamp wappert de vlag van Staatsolie.
De omgeving ziet er keurig uit. Op het terrein gelden de veiligheids-
en milieuregels van Staatsolie. De voertuigen staan netjes achteruit
geparkeerd, er is geen propje op de grond te bespeuren, de nabije
omgeving is ontdaan van het wied en het gebied is gemarkeerd met
afbakeningslint. In de boot stappen mag pas wanneer je een reddingsvest
om hebt.
Vanuit het basiskamp is het twintig minuten stroomopwaarts de Nickerierivier
varen. Pal tegenover de markt te Nieuw Nickerie (aan de rechteroever
van de rivier) leggen we aan en is het ongeveer een kilometer lopen
over drassig terrein naar een kreek, van waaruit de reis wordt voortgezet – dat
is weer ongeveer twintig minuten varen.
Onderweg legt projectleider Genia Madari (E&FE) uit dat de droogte
voor de nodige uitdagingen heeft gezorgd. Waar er vanuit was gegaan
zwampgebieden met de boot aan te doen voor het plaatsen van de modules,
nu moest er worden gelopen. Vaak tot aan heupen wegzakkend in de
modder. Door het gebruik van waadpakken kon tenminste tot borsthoogte
droog worden gehouden.
Ontbering hole
Kundige bootsmannen zorgen ervoor dat wij veilig aankomen bij het
tussenkamp in het gebied dat ‘Bering Hole’ wordt genoemd – eigenlijk
is ‘ontbering hole’ beter op z’n plaats. Ook
hier valt de netheid en orde op; alles is op zijn plaats en op
een prikbord in de tent zijn de regels duidelijk op een rijtje
gezet. “Het heeft wel een beetje moeite gekost, maar wij
hebben de jongens door praten en alertheidsoefeningen het belang
van veilig werken kunnen bijbrengen”, zegt Soeroedj Oedit
van de afdeling Plant Security & Personnel Services.
Oedit heeft de gezondheids-, veiligheids- en milieuaspecten van het
project voor zijn rekening genomen. “Voor de werkers was het
allemaal nieuw, ze hadden nooit eerder gehoord van beschermende kleding,
hoewel zij zich bewust zijn van de gevaren.” De meeste zijn
jagers en vissers in de zwampen en voor hen is het heel normaal om
op blote voeten in de zwamp te lopen, geen zwemvest om te hebben,
te slapen in een eenvoudige palentent en de omgeving als toilet te
gebruiken. Voor de sanitaire behoeften staat er een chemisch veldtoilet
in het kamp.
Inzet en durf
Het meeste werk is verricht in het uitgestrekte zwampgebied tussen
de afdamming bij Wageningen en de monding van de Corantijnrivier,
inclusief het Bigi Pan-gebied. Voor het veldwerk zijn ongeveer
dertig man ingezet, van wie de meesten in de eerste fase al erbij
waren. Ploegen van drie hebben de modules uitgezet en teruggehaald.
Bepaling van de locaties gebeurde met satellietkompassen (GPS).
In totaal zijn 587 bemonsteringsmodules geplaatst, zowel in ‘nieuw
gebied’ als op plaatsen die bij de eerste fase de sterkste
aanwijzing hadden op het voorkomen van koolwaterstoffen. Het herhalingsonderzoek
is nodig geweest om met grotere vertrouwen te kunnen vaststellen
of al dan niet olie of gas op grotere diepte kan worden verwacht.
Vooraf was al voorzien dat het werken in de zwamp grote logistieke
uitdagingen met zich zou meebrengen. Die zijn niet uitgebleven, sterker
nog, ze werden meer door de aanhoudende droogte. Het projectteam
heeft op elk vraagstuk een passend antwoord weten te vinden. Het
team stond onder leiding van Madari (E&FE) en verder Radjen Dwarkasing
(Procurement), Edmund Karioredjo (Utility) en Howard Coronel (HSE).
Veel lof verdienen ook de veldwerkers, die met grote durf en inzet
hebben bijgedragen aan voltooiing van het werk – zonder één
ongeluk.
|