| |
Tweede fase exploratie Nickerie begonnen
Er is een lichte aanwijzing voor aanwezigheid van petroleum in het
Nickerie-gebied; zo luidt de conclusie van het in 2001 gehouden scheikundig
(geochemisch) bodemonderzoek. Op basis hiervan is eind oktober dit
jaar de tweede fase ingezet. Uiterlijk 2006 moet het dan bekend zijn
of en hoeveel olie er is in het rijstdistrict.
Op 21 november zijn Nickeriaanse functionarissen van de bestuursdienst,
de overheid, particuliere sector en belangstellenden door Staatsolie
ingelicht over de resultaten van de eerste fase en wat er verder
gaat gebeuren. Tijdens deze informatiebijeenkomst was de voltallige
Staatsolie-directie aanwezig. Wiekert Visser, manager Exploration & Field
Evalution (E&FE), gaf een presentatie van de werkzaamheden die
sinds 2001 zijn verricht en wat er te gebeuren staat. Algemeen Directeur
Eddie Jharap hield de aanwezigen voor dat in september 2001 – tijdens
een informatiebijeenkomst vóór de eerste fase – beloofd
was dat Staatsolie terug zou komen om uit te leggen wat de resultaten
zijn en welke activiteiten er verder zouden worden uitgevoerd. Hij
bedankte de districtscommissaris, bestuursfunctionarissen, boeren
en alle Nickerianen voor de “fantastische medewerking tijdens
de veldwerkzaamheden”. Dit brengt volgens Jharap duidelijk
het “samen bouwen op eigen kunnen” tot uitdrukking. “De
directie heeft zich gecommitteerd om het onderzoek in Nickerie zo
grondig en zo volledig mogelijk uit te voeren. Als we olie vinden,
zijn we heel erg blij. Indien niet, dan weten we dat wij enorm onze
best hebben gedaan en niets aan het toeval hebben overgelaten.”
Significant exploratierisico
De laatste keer dat in Nickerie naar olie-/gasvoorkomens werd gezocht
was eind jaren zestig van de vorige eeuw (zie Exploratiehistorie
Nickerie). Het duurde tot 1992 voordat Nickerie weer op de ‘oliekaart’ werd
geplaatst. De toen pas in dienst getreden geologe Lilian Mwakipesile-Arnon
(E&FE) deed op basis van research de aanbeveling om exploratieboringen
te verrichten in de Corantijnpolder. Vanwege omstandigheden heeft
het bijna tien jaren geduurd voordat daadwerkelijk met het scheikundig
bodemonderzoek de exploratie werd opgepakt.
Visser gaf een overzicht van de activiteiten vanaf 2001. Fase 1 is
volgens plan afgewerkt. Bestuursfunctionarissen en de lokale bevolking
hebben goed hun medewerking verleend, terwijl van de in de bodem
geplaatste testmodules zeer weinig verloren zijn gegaan. Visser: “De
doelstelling van fase 1 is bereikt. Er is een lichte aanwijzing voor
de aanwezigheid van olie en gas in de Nickerie-vlakte.” Wel
benadrukte hij dat er sprake is van een “significant exploratierisico”,
maar resultaten zijn voldoende bemoedigend om de tweede fase te starten. “Momenteel
zijn de risico’s te groot om onmiddellijk dure seismisch onderzoek
te doen. Aeromagnetische, offshore seismische en geochemie data en
modellering gezamenlijk, tonen aan dat – met de huidige kennis – de
Nickerie-vlakte als hoog risico exploratiegebied gekenschetst worden.”
Herbevestigen
In de tweede fase worden monsters genomen in het kust-, zwampgebied
en de ondiepe zee (zie kaart). Ook worden weer testmodules geplaatst
in bepaalde delen van het gebied dat in fase 1 is onderzocht en
waar de ‘lichte aanwijzingen’ het sterkst zijn. Makkelijker
wordt het werk in ieder geval niet, dat weten de mensen die het
veldwerk gaan doen nu al. Bij de verkenning van het gebied eind
oktober is al kennis gemaakt met de ontberingen. Voor de veldwerkzaamheden
in Nickerie zijn lokale krachten ingehuurd, Genia Madari van E&FE
is projectleider.
De doelstellingen van het vervolgonderzoek zijn: verbetering van
de methode uittesten, de anomalieën gevonden in fase 1 herbevestigen
en geochemische gegevens verzamelen in het Bigi Pan-gebied. Als deze
zaken succesvol verlopen, wordt een ontwerp gemaakt voor seismisch
onderzoek. Volgens planning moet fase 2 tegen augustus 2003 zijn
afgerond.
Visser noemt als “kritische factoren voor het welslagen van
het veldwerk” medewerking van lokale functionarissen, vissers,
jagers, toeristen; efficiënt transport én doorzettingsvermogen
van de veldploegen.
Ondersteuning
Momenteel heeft Staatsolie twee exploratieprojecten lopen. In het
Calcutta-gebied, ten westen van het Tambaredjo-veld, worden vijf
exploratieputten geboord. Jharap hield zijn gehoor voor dat de
boringen in Calcutta relatief makkelijker kunnen worden uitgevoerd,
omdat het nodige materieel binnen handbereik is. Nickerie is een
ander verhaal, daar zal veel gemobiliseerd moeten worden; de voorraden
liggen mogelijk dieper dan in de gebieden in en rond het Tambaredjo-veld.
Hardeo Ramadhin, DC van Nickerie, ging in zijn speech in op de belangrijkheid
van aardolie: als grondstof voor de industrie en als energie. Voor
Nickerie is het daarom van groot belang dat Staatsolie doorgaat met
het onderzoek. Ramadhin voerde aan dat de Nickeriaanse economie moeilijke
tijden doormaakt. De verdiensten van de rijstsector nemen af, terwijl
het bacovenbedrijf Surland – waar ongeveer 600 arbeiders hun
brood verdienden – na een tijdje uit bedrijf te zijn geweest
op verkleinde schaal weer op gang komt. Hij ziet in Staatsolie goede
toekomstmogelijkheden voor Nickerie.
Ben Nuboer, directeur Exploratie & Productie, vroeg aan het eind
van de bijeenkomst de aanwezigen de informatie door te geven aan
hen die er niet bij konden zijn. Er waren ongeveer 100 mensen naar
de meeting gekomen. Nuboer garandeerde de Nickerianen dat indien
zij nog vragen hadden, zij gerust naar projectleider Madari kunnen
stappen, omdat zij gedurende het project in het district aanwezig
zal zijn. Jharap rekent erop dat de plaatselijke bevolking een net
zo grote steun aan het vervolgproject zal geven als bij fase 1. “Ik
hoop samen met u dat Nickerie een olieprovincie blijkt te zijn.”
| Exploratiehistorie
Nickerie |
| 1924-1930 |
Surin Oil Company
Ondiepe boringen tonen olie aan. |
| 1938 |
Evaluatie voor Guyana Syndicate Inc.
Positief advies tot exploratie boring door consultant Paige. Skeldon-bron (grens
Guyana) met olie en veel gas op een diepte van 400 tot 490 meter. |
| 1940-1944 |
NV Nederlandse Guyana Petroleum Maatschappij
Seismisch en bodemgasonderzoek. Boring Nickerie-1 tot 4864 voet (ongeveer1460
meter); oliesporen in basement. |
| 1968-1970 |
Shell Suriname EPM
Boringen bij Wageningen tot 2800 ft (840 meter). Geen olie en gas. |
| 1992 |
Staatsolie
Geologe Lilian Mwakipesile-Arnon brengt positief advies uit tot het verrichten
van exploratieboringen in de Corantijnpolder. |
| 2001 |
Exploratieactiviteiten hervat. Aeromagnetisch
onderzoek. Veldwerk fase 1 bodemgeochemisch onderzoek. |
| 2002 |
Interpretatie gegevens van aeromagnetisch en geochemisch
onderzoek.
Inventarisatie van lokale kennis en voorbereiding fase 2 van geochemisch onderzoek. |
| Doelstelling
exploratie Nickerie |
- Evaluatie van petroleumpotentieel van het Nickerie-gebied.
Fase 1: is er olie en/of gas in de diepe ondergrond van Nickerie?
- Exploratie
tegen minimale kosten
- Conclusie over aanwezigheid dan wel
afwezigheid van koolwaterstoffen uiterlijk 2006
|
|