Verdere exploratie van de Surinaamse
kustvlakte
Zoeken naar nieuwe voorraden is het hoofddoel van de afdeling Exploratie.
Sinds 2001 zijn er een aantal activiteiten ontplooid die moeten leiden
tot deze nieuwe voorraden. We denken hierbij aan het aantrekken van
andere maatschappijen en het door Staatsolie zelf zoeken naar nieuwe
voorraden.
Groter verband
Het recentelijk afgesloten productiedelingscontract met het Spaanse
Repsol YPF is een voorbeeld van het aantrekken van andere bedrijven.
Deze maatschappij draagt de grote risico’s van het dure exploreren
naar olie op zee geheel alleen, maar Staatsolie (‘als agent
van de Staat’) heeft recht op een deel van de productie – vandaar
de naam productiedelingscontract. Bovendien heeft Staatsolie de
mogelijkheid om, als er naar haar mening een economisch winbare
vondst is gedaan, hierin deel te nemen. Zodoende heeft het een
eigen oliestroom uit een vondst op zee.
De ontdekking en verkenning van het Calcutta-veld in Saramacca, is
een voorbeeld van het door Staatsolie zelf zoeken naar nieuwe voorraden.
Conform onze exploratiestrategie, wordt per jaar tussen de 70 en
80 US dollarcent per geproduceerde barrel uitgetrokken voor de exploratie.
De afgelopen periode heeft de afdeling Exploratie een aantal projecten
afgerond. Bovendien is getracht de verschillende projecten in een
groter verband te evalueren, met als doel het identificeren van prospects
zowel op de kustvlakte als op zee.
Aeromagnetisch
In 2001 is een aeromagnetisch onderzoek gedaan met als doel de structuur
van de kustvlakte beter te begrijpen. Er bestaat namelijk het vermoeden
dat het Tambaredjo-veld door breuken in de ondergrond wordt gecontroleerd.
Er komt meer zand (dus reservoir) voor aan de lage kant van breuken
dan aan de hoge kant. Het was inderdaad mogelijk breuken te identificeren,
maar er kon geen verschil worden gemaakt tussen breuken die actief
zijn geweest tijdens de afzetting van de reservoirgesteenten (ruwweg
een 60 tot 40 miljoen jaar geleden) en breuken die veel ouder (enige
miljarden jaren) zijn.
Nickerie
Naar aanleiding van dit onderzoek en een BSc studie van onze jonge
medewerker Nohar Poeketi werd ten oosten van Nickerie een gebied
uitgezet waar mogelijkerwijs jongere breukactiviteit zou hebben
plaatsgevonden. De magnetische gegevens suggereerden een mogelijke
voortzetting van breuken gezien in het zeegebied, naar het kustgebied.
De moeilijkheid was echter hoe op een relatief goedkope wijze te
kunnen aantonen of er wel of niet olie in de ondergrond zit. Er
was in 1942 reeds een put geboord maar er was niets gevonden, hoewel
er geruchten gingen onder de ouderen in Nickerie dat er wel degelijk
olie naar boven was gekomen. Er werd gekozen voor een methode die
oliesporen in de oppervlakte kon aantonen. Bij het onderzoek werden
ook een aantal locaties in het Tambaredjo-gebied betrokken, zodat
een vergelijking kon worden gemaakt.
Het onderzoek werd in twee fasen uitgevoerd. Eerst werd het gebied
ten zuiden van de kustmoerassen en pannen gedaan (in 2002), gevolgd
door een vervolgonderzoek over de meest belovende indicaties van
de eerste fase alsmede de kustmoerassen en pannen. Beide onderzoeken
stonden onder leiding van Genia Madari. De resultaten bleken echter
heel moeilijk te interpreteren, vooral omdat de indicaties van de
eerste fase niet werden bevestigd door de tweede fase. Bovendien
bleken de observaties van het Tambaredjo-veld niet significant te
verschillen van het merendeel van de duidelijk negatieve observaties
in het Nickerie-gebied (de Nickerie-put en de putten geboord in de
buurt van Wageningen).
Kaarten
Staatsolie bezit een schat aan putgegevens en seismische data en
sinds medio 2003 zijn we bezig om deze te interpreteren. Alle seismiek
op zee is geïnterpreteerd door Nohar Poeketi evenals de 2D
seismiek onshore (1990/1991 gegevens van TNO, 2001 Wayombo en Calcutta
seismiek). Ook hebben we de refractie seismiek uit de jaren 1940
kunnen verwerken. We beschikken nu over kaarten over het gehele
kust- en zeegebied. Het is bijvoorbeeld nu duidelijk dat de vermoede
jonge breuken in het Nickerie-gebied voor de kust ophouden.
Naast deze regionale studie hebben Lilian Mwakipesile-Arnon en twee
jonge medewerkers, Ricardo Kandhai en Nawien Sheombarsing, een regionale
studie van alle putgegevens tussen de Coppename- en de Suriname-rivier
ondernomen. Het doel was om allereerst de trappingcondities (trapping
beschrijft het proces hoe olie uiteindelijk in de ondergrond bewaard
blijft) van het Calcutta- en Tambaredjo-veld te begrijpen. Ook is
het van belang om te begrijpen waarom er op bepaalde locaties (bijvoorbeeld
Wayombo) minder olie zit. Het tweede en hoofddoel van deze studie
is om gebieden voor verdere exploratie naar nieuwe oliereserves aan
te geven, gebaseerd op de trappingmodellen van de reeds producerende
velden.
Exploratieputten
De gecombineerde kustvlakte- en zeestudie heeft geleid tot een aantal
interessante conclusies:
- De kustvlakte heeft een aantal aantrekkelijke
gebieden voor verdere exploratie (zie figuur 1).
- De Coronie
en Nickerie blokken zijn zeker zo aantrekkelijk, zo niet aantrekkelijker
dan het Tambaredjo gebied in termen van olieaanvoer van de zogenaamde
keuken en de te verwachten gunstige trapping-omstandigheden (zie
figuur 2).
Gezien de risico’s en kosten is het economisch
verstandiger om zonder dralen een aantal exploratieputten
in zowel het Nickerie als het Coronie gebied te boren in plaats
van verdere, indirecte, studies (zoals bijvoorbeeld seismiek
of geochemische en geo-electrische methoden)
uit te voeren. Dit komt voornamelijk omdat Staatsolie de exploratieputten
zo goedkoop kan boren.
Onderschriften
Figuur 1
Een overzicht van de kustvlakte met de meer aantrekkelijke exploratiegebieden
(in groen) en de minder aantrekkelijke (te zandig) in geel. Zowel
nabij de bestaande velden (Tambaredjo en Calcutta) alsmede naar het
westen (Coroni en Nickerie) en het oosten (Commewijne) zijn er aantrekkelijke
exploratiemogelijkheden.
Figuur 2
Een voorbeeld van een regionale kaart die zowel het kustgebied al
het zeegebied omvat. Deze kaart illustreert de kans dat er olie
aanvoer uit het gebied waar de olie wordt gevormd (in rood de zogenaamd
keuken) naar de verschillende prospective gebieden, heeft plaatsgevonden.
De Nickerie en Coronie blokken hebben duidelijk een grote kans
van olie-aanvoer.
|