Terugblik 2003
‘Met geld kan je geen geluk kopen’
Bij Staatsolie is het traditie dat op de oudejaarsviering wordt
teruggeblikt. Op 31 december 2003 presenteerde algemeen directeur
Eddie Jharap “onze rapportcijfers”.
“Bij het uitspreken van het woord rapportcijfers moet ik aan
een anekdote denken. Een jongeman komt met een heel mager rapport
van school naar huis. Het gezin zit aan tafel, maar iedereen wil
eerst de rapportcijfers horen. Vrolijk zegt de jongeman: ‘dag
allemaal, het belangrijkste is dat we allemaal gezond zijn en dat
er eten op tafel is’.
Ik wil hiermee helemaal niet zeggen dat wij dit jaar ook een mager
resultaat hebben geboekt. Verre van dat. Ik wil vooral benadrukken
dat we op een moment als dit samenzijn onze dankbaarheid moeten uitspreken,
omdat wij weer een jaar goed met elkaar hebben kunnen samenwerken.
We moeten dankbaar zijn dat met inzet van een ieder onze maatschappij
is vooruit gegaan en dat de meeste van onze voornemens zijn gerealiseerd.
We moeten dankbaar zijn dat onze salarissen steeds op tijd zijn uitbetaald.
Ook blij zijn dat wij weer een flinke inkomstenbelasting aan de Staat
hebben betaald en een ruim dividend aan de aandeelhouder hebben uitgekeerd.
Daarnaast zijn wij in staat geweest om een belangrijke financiële
ondersteuning aan diverse groepen in de gemeenschap te geven. Als
je dit hebt mogen doen, raak je vol van trots en dit gevoel geeft
je een grote kracht om je weer op te laden en gereed te maken voor
de uitdagingen van het nieuwe jaar. Ik kan jullie verzekeren dat
wij zeer grote uitdagingen voor de boeg hebben.
In de komende vijf jaar zullen wij bijkans US$400 miljoen in diverse
projecten investeren. In de exploratie en productie zullen wij bijkans
US$150 miljoen investeren en in de uitbreiding van de raffinaderij
en de bouw van een tweetal power plants ongeveer US$250 miljoen.
Onnodig te zeggen dat er een bijzondere inspanning nodig zal zijn
om de huidige operations goed gaande te houden en de genoemde investeringen
te kunnen uitvoeren. Daarvoor zal vooral optimisme en vertrouwen
in eigen kunnen nodig zijn. Laat mij toch een paar belangrijke cijfers
en gegevens uit het rapport van het afgelopen jaar noemen.
In 2003 hebben we weer een recordomzet behaald van circa US$115
miljoen en de winst vóór belastingen wordt geschat
op US$50 miljoen. Uit deze winst zal de opbrengst voor de Staat aan
inkomstenbelasting en dividend ongeveer US$34 miljoen bedragen.
De olieproductie in het Tambaredjo-veld is gelukkig gestabiliseerd
op 12.000 barrels per dag. Daarvoor zijn dit jaar 85 nieuwe productiebronnen
nodig geweest. Wij zijn nu tot de conclusie gekomen dat dit niveau
de topproductie van dit veld is. Om dit niveau verder in stand te
houden, zullen jaarlijks 100 nieuwe bronnen nodig zijn. Productieverhoging
zal uit andere gebieden moeten komen.
De raffinaderij draaide op volle toeren en produceerde meer dan
100 procent. Alle producten konden tegen een goede prijs vlot verkocht
worden. Het is zelfs zo dat op dit moment de vraag groter is dan
het aanbod.
Het zoeken naar nieuwe oliereserves en het ontwikkelen van andere
olievelden is dit jaar een belangrijke doelstelling geworden. De
inspanningen in Calcutta zijn heel positief uitgevallen en wij zullen
vanaf volgend jaar dat gebied stap voor stap in productie brengen.
Exploratieresultaten in Nickerie blijven bemoedigend. Voor dat gebied
zullen we een nieuwe exploratiefase inluiden.
Het zoeken naar aardolie in het zeegebied is weer op gang gekomen,
met deelname van buitenlandse oliemaatschappijen. Een nieuwe bidding
round is gelanceerd. Deze keer is de marketing sterk verbeterd met
resultaten van eigen studies. De belangstelling van andere oliemaatschappijen
is groot. Met de buitenlandse bedrijven Repsol en Maersk hebben we
reeds vergevorderde afspraken.
Op het gebied van de invoering van de Kwaliteits- en HSE-managementsystemen
zijn goede vorderingen geboekt. Tout Lui Faut Operations heeft het
ISO 9001:2000 kwaliteitscertificaat in december 2003 gehaald. Dit
proces van kwaliteitsmanagement zal verder uitgebreid worden naar
andere onderdelen van de maatschappij. Ook op het gebied van de toepassing
en naleving van de Health, Safety en Environment (HSE) managementsystemen
worden goede vorderingen gemaakt. Wij zijn echter niet tevreden met
de bereikte resultaten bij het terugdringen van aanrijdingen met
voertuigen. Op dit stuk zullen nog meer maatregelen getroffen worden.
Veel aandacht is geschonken aan de training en uitrusting van de
medewerkers om hun taken beter te kunnen uitvoeren. Er wordt een
managementontwikkelingsplan opgesteld, waarmee wij de organisatie
adequaat kunnen versterken zodat de voorgenomen groei beheersbaar
gehouden kan worden.
We maken ons ook bijzonder veel zorgen over de huidige voorziening
van elektriciteit in Groot Paramaribo. In verband hiermee streven
wij naar een samenwerkingsverband met de EBS en anderen om enkele
power centrales te bouwen voor de productie van elektrische energie,
uiteraard op basis van onze olieproducten.
Ik geloof dat ik hiermee de belangrijkste onderdelen uit het verslag
heb genoemd. Ik hoop dat de aandeelhouder en de gemeenschap tevreden
zullen zijn met wat wij hebben gepresteerd. Aan de medewerkers en
medewerksters zeg ik: met geld kan je geen geluk kopen. Het is een
voorrecht voor ons allen om bij Staatsolie te mogen werken en ik
ben blij en dankbaar weer een jaar in goede gezondheid met jullie
samen te mogen werken. Ik hoop dat wij allen dit zelfde gevoel hebben
en zullen behouden en met optimisme en nieuwe energie samen zullen
Bouwen op Eigen Kunnen.”
Werkprogramma 2004
Het werkprogramma voor 2004 is
afgeleid van ons Strategisch Beleidsplan 2000-2004. Voor dit jaar
is ongeveer US$50 miljoen gereserveerd voor investeringen, waarvan
US$38,4 miljoen voor productie-ontwikkeling en exploratie, US$4,4
miljoen voor projecten van de raffinaderij en havenfaciliteiten en
US$0,9 miljoen voor algemene activiteiten. Voor de bouw van een 15
megawatt elektriciteitscentrale is US$6 miljoen gereserveerd.
De olieproductietarget voor gesteld op 4,3 miljoen vaten; het daggemiddelde
tegen het eind van het jaar wordt geschat op 12.000 vaten. Er staan
115 putten op het boorprogramma, waarvan verwacht wordt 100 af te
werken tot productiebronnen. Een testproductieproject van vier bronnen
zal worden uitgevoerd in het Calcutta-veld.
Exploratie-activiteiten zullen worden voortgezet in Nickerie, Calcutta
en Tambaredjo-west. Ook zal er een geologische studie worden uitgevoerd
van de blokken op land, inclusief het Wayambo-, Tambaredjo- en Calutta
gebied.
Voor de raffinaderij is een productiedoel gesteld van 2,3 miljoen
vaten. Ietwat minder dan in 2003, omdat de raffinaderij in maart/april
2004 gedurende vijf weken wordt stilgelegd voor een grote onderhoudsbeurt.
Marketing & Sales heeft plannen om de verkoop van bitumen in
de regio op te voeren en zal in oktober het tweede Caribbean Bitumen
Seminar organiseren. Dit seminar wordt in Suriname gehouden.
Promotie van het Surinaams koolwaterstoffenpotentieel zal in 2004
worden voortgezet. De promotie-activiteiten zullen zich richten op
de Bidding Round 2003-2004, waarbij op geïnteresseerde maatschappijen
op 13 blokken in het zeegebied een bod kunnen doen na bestudering
van geologische data. Studies van de beschikbare informatie over
mogelijke aanwijzingen op het voorkomen koolwaterstoffen in het zeegebied
worden voortgezet; de resultaten zullen dan worden gepresenteerd
aan potentiële kandidaten. Verwacht wordt dit jaar tenminste
twee productiedelingsovereenkomsten voor het offshore te sluiten.
Implementatie van het HRM strategisch plan 2003-2004 wordt voortgezet,
met de nadruk op onder andere het Management Development Program.
Ook zal het systeem om de effectiviteit van trainingen gen aan een
evaluatie worden onderworpen.
Op basis van de ontwikkelingen in de afgelopen drie jaren zijn er
voor de periode 2005-2010 nieuwe strategische doelstellingen geformuleerd.
Deze zullen ook de grondslag vormen voor de volgende planningsperiode.
De doelen zijn:
- Verhogen van de olieproductie naar 15.000 vaten per
dag, door behoud van het huidige productieniveau van Tambaredjo
en de ontwikkeling van Calcutta en andere onshore-gebieden.
- Continue
exploratie naar nieuwe reserves om tenminste de geproduceerde
hoeveelheden olie te vervangen.
- Promotie van ons aardoliepotentieel,
met als doel om tegen 2010 minstens twee andere maatschappijen – naast
Staatsolie – actief
te hebben in de Surinaamse petroleumindustrie.
- Uitbreiding
van downstream activiteiten met hogere volumes, meer raffinageproducten
en elektriciteitopwekking.
- Snellere groei zowel downstream
als upstream door deelname in petroleumgerelateerde activiteiten.
|