1990 - 1999

1991

  • Staatsolie lijdt voor de eerste keer in haar bestaan een bedrijfsverlies. Voor de verkoop van olie in het buitenland krijgt het bedrijf minder US-dollars dan was verwacht, omdat olie en gas goedkoper in de wereld zijn geworden. Ook wisselde de Centrale Bank die US-dollars tegen een heel lage koers. Het verlies bedroeg US$ 2,3 miljoen.

1992

  • Dit jaar is er een pijplijn met een lengte van 55 kilometer in gebruik genomen. De pijplijn loopt van Saramacca naar Tout Lui Faut. De olie die in Saramacca omhoog wordt gepompt, gaat nu via de pijplijn naar Tout Lui Faut. De productie gaat weer omhoog: naar 4000 barrels per dag!


Aanleg van de pijpleiding Saramacca-Tout Lui Faut in 1992.

1993

  • Ondertekening van een contract met Pecten (dochteronderneming van Shell USA) voor onderzoek naar aardolie voorkomens in de zee.

1995

  • Start van de bouw van de Staatsolie Raffinaderij. Het ontwerp was al eind jaren 80 begonnen.


Op 15 februari werd het officiële startsein gegeven voor de constructie van de Staatsolie Raffinaderij.

1996

  • Blow-out in het Tambaredjo veld (ongecontroleerde uitstoot van gas). Een boormachine gaat in de vlammen verloren, er doen zich geen persoonlijke ongelukken voor.

1997

  • Op 16 augustus neemt Staatsolie de raffinaderij te Tout Lui Faut officieel in gebruik genomen. Het project heeft US$ 67 miljoen gekost. De producten die in de raffinaderij gemaakt worden zijn diesel, stookolie, asfalt en heavy vacuum gasoil (hvgo). De crude productie is geklommen naar 8000 barrels per dag.


Inauguratie van de Staatsolie Raffinaderij op 16 augustus 1997 door president J.A. Wijdenbosch.

1998

  • Op 27 februari wordt Algemeen Directeur Eddy Jharap benoemd tot Commandeur in de Ere Orde van de Gele Ster voor zijn verdiensten.

  • Op 4 juni wordt Jharap door de aandeelhouder (de regering van Suriname) ontslagen, omdat hij – en samen met hem brede lagen van de bevolking – zich verzet tegen de voorgenomen verkoop van Staatsolie aan het Zuid-Koreaanse Deawoo.

  • 29 juni 1998: Jharap vecht zijn ontslag via de rechter aan. Hij wordt door de magistraat in het gelijk gesteld en het ontslag wordt opgeheven.

  • Staatsolie lijdt voor de tweede keer een bedrijfsverlies (US$ 3,2 miljoen) door daling van de internationale olieprijzen naar een historisch dieptepunt van 7 US dollar per vat. De economische (groot verschil tussen officiële en parallelkoersen) en politieke situatie in Suriname speelde ook een grote rol.


Protestdemonstratie van Staatsolie-medewerkers, bijgestaan door burgers, tijdens de woelige periode in 1998.

1999

  • Op 23 augustus vindt de ondertekening plaats van een contract met een consortium van Shell, Burlington, TotalFina en Korea National Oil Corporation voor onderzoek naar aardolievoorkomens in het zeegebied.