De Tout Lui Faut-Paranam pijpleiding
Staatsolie zal in het vierde kwartaal van 1999 een 21,5 km lange
pijpleiding met een transportcapaciteit van nominaal 5.500 barrels
en maximaalll.000 barrels olie per dagaanleggen, van de Raffinaderij
te Tout Lui Faut naar de Suralco plant te Paranam. Suralco is onze
grootste lokale klant en momenteel leveren wij maandelijks 80.000
barrels no.6 Fuel Oil en 40.000 barrels Heavy Vacuum Gas Oil (HVGO)
aan deze maatschappij.
De no.6 Fuel Oil wordt met de tankers Staatsolie IV en V geleverd
die respectievelijk een transportcapaciteit van 8.500 en 10.000 barrels
hebben. In totaal worden er maandelijks ongeveer 10 Fuel Oil transporten
uitgevoerd. De HVGO wordt met tankwagens getransporteerd, hetgeen
resulteert in circa 450 wegtransporten per maand.
Waarom een pijpleiding? Als belangrijkste voordeel van de nieuw
aan te leggen pijpleiding kan een significante reductie van de transportkosten
van Fuel Oil vanaf de raffinaderij naar Suralco worden genoemd. Naast
de directe kostenbesparing spelen ook de volgende overwegingen een
rol voor de aanleg van de pijpleiding:
- De Staatsolie tankers dienen met een zekere regelmaat te worden
ingezet bij het laden van exportschepen. De diepgang bij de steiger
te Tout Lui Faut is niet voldoende om het exportschip in een te laden.
Dit schip wordt dan gedeeltelijk geladen, vaart naar een andere steiger
met een grotere diepgang en wordt dan verder geladen door de Staatsolie
tankers.
- De haven van Suralco wordt ook door andere schepen gebruikt voor
olieleveringen, die in de huidige situatie de voorkeur genieten op
Staatsolie leveringen.
Deze twee omstandigheden kunnen leiden tot logistieke knelpunten,
welke zullen toenemen naarmate onze olieproductie wordt verhoogd
en de frequentie van verschepingen ten behoeve van de export zal
toenemen. De aanleg van de pijpleiding stelt
Staatsolie derhalve in staat om ook in de toekomst haar contractuele
verplichtingen tegenover de Suralco te kunnen voldoen, Bovendien
brengt transport te water van petroleumproducten een zekere mate
van risico op het gebied van milieuverontreiniging met zich mee.
De doelstellingen voor de aanleg van de pijpleiding van Tout Lui
Faut naar Paranam zijn als volgt geformuleerd:
- garandering van de olieleveringen aan de Suralco, nu en in de toekomst;
- verlaging van het risico voor milieuvervuiling;
- verlaging van de transportkosten bij exporten: als Staatsolie en
Suralco een overeenkomst kunnen bereiken om de exportschepen in de
haven van Suralco te laden, dan besparen wij tijd en kosten en dan
kunnen wij bovendien grotere hoeveelheden olie in een keer verschepen.
Dit zal onze concurrentiepositie in de regio versterken.
Financiering
Het pijplijnproject is geraamd op ongeveer US$ 3,8 miljoen en wordt
voor wat betreft de aanschaf van materialen door de Europese Investerings
Bank (EIB) gefinancierd. De kosten voor de constructie van de pijpleiding
met behulp van Surinaamse contractors zal worden gefinancierd uit
Staatsolie’s investeringsbudget.
De pijplijnroute
De pijpleiding begint bij de Raffinaderij te Tout Lui Faut en eindigt
bij de opslagtanks van de Suralco op een afstand van ca. 21 km
ten zuiden van de raffinaderij. De pijpleiding zal ongeveer 21,3
km lang zijn. De route ziet er als volgt uit (zie
kaart):
- vanuit de raffinaderij langs de Sir Winston Churchillweg over een
lengte van 3,6 km in zuidelijke richting naar de Martin Luther King
Highway;
- op de Highway zal de leiding aangelegd worden in zuidelijke richting
naar het Para Doorsnedekanaal over een lengte van 15,3 km;
-vanaf het Para Doorsnedekanaal tot de opslagtanks van Suralco-Paranam
waarbij de oude haul road voor ertstransport zal worden gevolgd.
In totaal zullen er 7 belangrijke wegkruisingen zijn, 4 kanaal- en
1 rivierkruising.
De route zal zowel op de Sir Winston Churchillweg als op de Highway
samenvallen met het trace waarop de EBS rechten heeft voor haar hoogspanningsnetwerk.
De pijpleiding zal op een afstand van gemiddeld vijf meter van de
funderingen van de hoogspanningsmasten geplaatst worden op een diepte
van minimaal 1,5 meter onder de grond. Hiervoor is reeds toestemming
verkregen van de EBS. Met rechthebbenden op wiens percelen de pijplijn
zal lopen, zijn er gesprekken gevoerd en aan betrokken is gevraagd
Staatsolie formeel toestemming te verlenen voor het verrichten van
werkzaamheden door et ondertekenen van een toestemrningsverklaring.
Van de 19 rechthebbenden hebben 9 reeds de toestemmingsverklaringen
ondertekend; 6 hebben niet
gereageerd op advertenties in de lokale dagbladen; met 4 andere rechthebbenden
worden er nog gesprekken gevoerd voor het verkrijgen van de formele
toestemming.
Constructie
In oktober van dit jaar start de aanleg van de pijpleiding. Dit behelst
het gereed maken van de infrastructuur, transport van materialen
en werktuigen, grondverzet, leggen van de leiding en civiel herstel.
Onderdeel van het gereedmaken van de infrastructuur is de schoonmaak
van een spoor van ca. 5 meter breed langs de uitgestippelde pijproute.
De schoonmaak van het spoor is grotendeels voltooid.
Zodra het pijpmateriaal is gearriveerd in de haven, kunnen wij beginnen
met het transport van de pijpen en de benodigde werktuigen. De pijpen
zullen worden opgeslagen op diverse plaatsen langs de route. Voor
het transport en de handling van materialen zullen
wij gebruik maken van diverse transportmiddelen zoals flatbed trucks,
tractoren, hydrogravers en hijskranen. Gezien de ondergrondse aanleg
van de pijpleiding zal over vrijwel het gehele trace een sleuf worden
gegraven waarin de pijp zal komen te liggen. De pijp zal volgens
berekeningen het beste liggen op minimaal 1,5 meter onder de grond.
Dit grondverzetwerk zal een verplaatsing van circa 30.000 m3 aarde
met zich meebrengen. Vòòr het graven van de sleuf zullen
wij bij SWM, D&D, EBS en Telesur nagaan waar hun ondergrondse
leidingen lopen, zodat wij deze niet beschadigen. Als de sleuf is
gegraven zullen verschillende ploegen tegelijk en onafhankelijk van
elkaar werkzaamheden uitvoeren. Aan de aanleg van de pijpleiding
zullen drie ploegen tegelijkertijd werken, terwijl ook simultaan
aan het pompstation te Tout Lui Faut en het ontvangststation te Paranam
gewerkt zal worden. Voor het lassen van de hogedruk leidingen zijn
speciaal daartoe opgeleide en ervaren lassers nodig. Deze lassers
die afkomstig zijn van de uitvoerende contractors zullen in samenwerking
met een lokale lasschool gedurende 2 maanden worden getraind. Als
afsluiting van de training zal elke lasser een test afleggen om zodoende
gekwalificeerd te worden als lasser op het pijpleiding project. Het
laswerk zal voor 100% radiografisch worden geïnspecteerd, hetgeen
inhoudt dat elke lasverbinding op onvolkomenheden zal worden onderzocht
alvorens zij wordt vrijgegeven. Deze controle-werkzaamheden zullen
door een specialistische contractor worden uitgevoerd.
De pijpleiding zal door middel van twee verschillende constructie
methoden worden aangelegd, nl. de push and pull methode en de mainline
methode. Bij de push and pull methode worden de pijpdelen vanaf een
vast werkstation aan elkaar gelast, waarbij de gelaste delen in de
sleuf worden getrokken en/of geduwd. Bij de mainline methode worden
de pijpdelen naast de sleuf gelegd, waarbij de lasploeg zich langs
de opgestelde pijpdelen verplaatst; bij delen wordt de gelaste pijp
in de sleuf neergelaten. Bijzondere pijpconstructies zullen worden
toegepast bij de kruising van land-en waterwegen, de z.g. crossings.
Bij waterwegen zullen in het dwarsprofiel van de waterweg pijpconstructies
worden geprefabriceerd. Deze prefabdelen worden vervolgens in een
sleuf dwars over de
waterweg neergelaten, zodat de pijp uiteindelijk onder de bodem van
de waterweg komt te liggen. Bij kruisingen met drukke verkeerswegen
wordt de pijp in een mantelbuis
gelegd, onder de weg door. Zo zal bijvoorbeeld onder de Martin Luther
King Highway de mantelbuis d.m.v. een waterjet onder het wegdek worden
geschoven, waarbij de weg ter plekke intact blijft en het verkeer
over de weg niet wordt gestagneerd. Bij de belangrijkste crossings
zal de pijpwand dikker worden uitgevoerd.
Testing en commissioning
Nadat de hele pijpleiding is aangelegd, zal deze hydrostatisch worden
getest, d.w.z. dat de pijp met water onder druk wordt gebracht
door een hogedrukpomp, om te controleren of er lekkages voorkomen.
Voor de ingebruikname wordt een zogenaamde cleaning/sizing pig
door de pijpleiding geleid om eventuele ongerechtigheden die tijdens
de constructie onbedoeld in de leiding zijn terecht gekomen, te
verwijderen. De pig is voorzien van een aluminium plaat de z.g.
sizing disc. Als de pig probleemloos doorgeleid wordt en de sizing
disc niet noemenswaardig is beschadigd, houdt dit in dat de leiding
vrij is van obstructies en gereed is voor ingebruikname. Als de pig
daarentegen blijft vastzitten in de leiding wordt hij getraceerd
door een z.g. pig tracer. Hiertoe is de pig uitgerust met een stuk
elektronica die steeds signalen uitzendt en waardoor men aan de buitenzijde
van de leiding de pig kan traceren. Op de plaats waar de pig vast
is komen te zitten, zal de leiding opengesneden worden en de voor
de pig verzamelde obstructies kunnen dan worden verwijderd. De procedure
wordt herhaald totdat de pig probleemloos
van begin tot eind van de leiding kan worden geleid.
Beheer
Aan weerszijden van de pijplijn zal een strook grond van circa 2,5
meter vrij moeten blijven. Op deze strook grond mag er niet gebouwd
en mogen er geen bomen worden geplant. De hele route zal gemarkeerd
worden met markeringspaaltjes en bij het uitvoeren van toekomstige
werken in de nabijheid van de pijp moet Staatsolie hiervan op tijd
in kennis gesteld worden. Dit is nodig om eventuele beschermende
maatregelen te kunnen nemen. De hele route zal regelmatig gecontroleerd
worden door speciale controlediensten.
Volgens planning zullen de constructiewerkzaamheden medio oktober
1999 aanvangen. De geplande constructietijd inclusief testing en
commisioning bedraagt 4 maanden.
Veiligheid en Milieu
Het transport van koolwaterstoffen door pijpleidingen wordt wereldwijd
toegepast en kan als relatief veilig en milieuvriendelijk worden
gekwalificeerd mits de nodige maatregelen
worden getroffen. Het betreft hier technische maatregelen bij de
aanleg en procedurele maatregelen tijdens het gebruik van de installatie.
De volgende technische maatregelen worden getroffen bij het pijpleidingproject:
- De ondergrondse leiding is voorzien van een speciale beschermlaag
(coating) die de stalen pijp tegen roest van buitenaf beschermt.
- De pijpleiding wordt voorzien van een zogenaamd kathodisch beschermingssyteem.
Dit systeem moet voorkomen dat in geval van onvolkomenheden in de
coating de stalen leiding toch zou roesten.
- Op regelmatige afstanden langs het ondergrondse leidingdeel worden
markeringspalen aangebracht om uitvoerders van graafwerkzaamheden
op de aanwezigheid van de pijpleiding te attenderen.
- Voorts wordt de leidinginstallatie voorzien van instrumentatie
en mechanische veiligheidsventielen die moeten voorkomen dat de druk
in het systeem boven de toegestane waarden uitkomt.
- Dikkere uitvoering van de pijpwand bij de kruising van land- en
waterwegen.
In samenwerking met relevante instanties zoals het Ministerie van
Openbare Werken, de EBS, de SWM, D&D en Telesur zullen procedures
tot stand worden gebracht die ervoor moeten zorgen dat de mechanische
integriteit van onze ondergrondse pijpleiding bij het uitvoeren van
werkzaamheden door derden niet wordt aangetast. Voorts zullen er
vanwege Staatsolie met een zekere regelmaat inspecties op de pijpleiding
worden uitgevoerd. Ook tijdens de constructie van de pijpleiding
zullen de nodige veiligheidsmaatregelen worden getroffen. Behalve
intensieve veiligheidsinstructies aan contractors, zal een door de
afdeling HSEQ op te stellen HSEQ plan als leidraad dienen bij de
uitvoering van de werkzaamheden.
Bijzondere aandacht zal worden besteed aan het werken in de nabijheid
van de EBS hoogspanningsleidingen, waarbij de veiligheid van de werknemers
voorop staat.
Het pijplijnprojectteam
Het totale project staat onder leiding van Dennis Mac Donald in de
functie van Project Manager. Als Project Engineer is Eddy Frankel
aangesteld. Hij is verantwoordelijk voor de coordinatie van de
verschillende vakdisciplines en het algehele ontwerp en de
Uitvoering van het project. De verantwoordelijken
voor de verschillende vakdisciplines zijn:
- Henk Lemmert als Electrical Engineer;
- Herman Sloot die samen met Eddy Frankel verantwoordelijk is voor
mechanical engineering;
- Swammy Ramjiawan als Civil Engineer;
- Glenn Cederburg als Civil Works Coordinator;
- Marijke Sampono als verantwoordelijke voor de Project Control Center;
- Richenel Coulor als Project Planner;
- Janice Joella en Eric Dennen als vertegenwoordigers van Legal Affairs;
- Radjin Dwarkasing als Project Buyer;
- Marius Nandlal als vertegenwoordiger van HSEQ.
Tijdens de uitvoering van de constructiewerkzaamheden in verschillende
onderdelen door contractors zullen van de zijde van Staatsolie de
volgende personen direct verantwoordelijk zijn:
- Jack Kalpoe voor het pompstation op Tout Lui Faut en het ontvangststation
op Paranam.
- Glenn Cederburg voor de werkzaamheden op de verschillende push
and pul locaties.
- Herman Sloot voor de werkzaamheden op de mainline en crossings.
Contractors
Het mechanisch en elektrisch ontwerp van de pijplijn is gegund aan
McAllister Engineering Services uit Houston, Texas. Deze maatschappij
was ook belast met het ontwerp van onze 55-km lange pijpleiding
die aangelegd werd in 1992 voor het olietransport van Saramacca
naar Tout Lui Faut. Civiele ontwerpen worden uitgevoerd
door IBT, een lokaal ingenieursbureau. Civiele werkzaamheden, zoals
het schoonmaken van de pijplijnroute en graafwerkzaamheden zullen
onder supervisie van Glenn Cederburg, Hoofd Production Development,
en grotendeels met ons eigen zwaar
materieel, plaatsvinden. Andere civiele werkzaamheden zoals het aanleggen
van de funderingen voor de pompstations zullen aan lokale contractors
worden uitbesteed, evenals de mechanische en elektrische werkzaamheden.
Eddy Frankel
Project Engineer
Technische gegevens pijpleiding Tout Lui Faut-Paranam
Lengte: 21,3 km
Diameter: 27 cm
Aantal pompstations: 1
Pompcapaciteit: 5.500 barrels per dag
Geschikt voor transport van: stookolie (fuel oil), Saramacca crude
Dit artikel is verschenen in ons kwartaalblad Staatsolie Nieuws
juni 1999 no.2
|