| |
Pompen
De aardolieproductie van Staatsolie komt van het Tambaredjo-veld
en van het Calcutta-veld, vanaf begin 2004 in ontwikkeling is genomen.
Eind augustus 2004 bedroeg de gemiddelde productie ongeveer 11.500
vaten olie per dag (1 vat = 159 liter). Voor het naar boven halen
van deze hoeveelheid olie staan er ruim 760 pompen op een even groot
aantal bronnen in het veld. Staatsolie heeft in het begin gebruik
gemaakt van de ‘ja-knikker’, maar vanaf 1992 zijn we
overgestapt op de ‘moyno-pomp’. Vanwege de karakteristieken
van de Saramacca crude (een zware) olie, bleken de ja-knikkers niet
zo geschikt zijn. Verschillende projecten om toch een maximale productie
met de ja-knikkers te halen, leverden niet het gewenste resultaat.
De oplossing werd op gegeven moment gevonden in de moyno-pomp. Heden
ten dage staan er nog 10 ja-knikkers in het veld.
De ja-knikker
In de eerste productiejaren pompte Staatsolie de aardolie met jaknikkers
naar de aardoppervlakte. Deze Ja-knikkers bleken niet de juiste
keuze te zijn, waardoor deze werden vervangen door de Moyno-pomp.
Nadelen jaknikker:
- Duur in aanschaf.
- Er zijn veel arbeiders nodig bij het opzetten.
- Er is een hijskraan
nodig voor het lichten van de zware onderdelen (hoge kosten aan
zwaar materieel).
- Duur in onderhoud, omdat het veel draaiende
onderdelen heeft; er treed dus veel slijtage op.
- De aardolie
was te zwaar om te verpompen waardoor de zuigers onderin de grond
stuk gingen, waardoor er stagnatie optrad van de productie.
De moyno-pomp
De Moyno-pompen zijn toen aangeschaft en produceren de aardolie zonder
problemen. Er zijn nu meer dan 700 van deze pompen in het veld
die uitstekend zijn voor de productie.
De voordelen van de moyno-pomp:
- Goedkoper in aanschaf.
- Enkele arbeiders nodig bij het opzetten.
- Het heeft kleinere onderdelen,
die minder zwaar zijn.
- Het is makkelijk aan te brengen en te verwijderen.
|