terug   
   
   
 Studenten link: Bedrijfsprofiel
   
   
    Welkom page
    Bedrijfsprofiel
    Directie
    Personeel
    Presentaties
    Samenwerkingen
    Aandeelhouders
vergaderingen
    Jaaroverzichten
    Exploratie
    Productie & Pompen
    Pijplijnen
    Raffinaderij
    Producten en Klanten
    Kwaliteit
    Veiligheid, Gezondheid en Milieu
    Bedrijfsbezoeken
    Beurzen
    Staatsolie in de gemeenschap
    Sportevenementen
    Staatsolie in het nieuws
    Staatsolie Nieuwsbrief
    Terug naar Website
 

Twintig jaar vertrouwen in eigen kunnen

Na twintig jaar is Staatsolie meer dan alleen ‘agent van de Staat’. De toekomstvisie is gericht op consolidatie van de spilfunctie in de nationale petroleumsector. De vier leden van het directieteam aan het woord.

“Twintig jaar van vertrouwen in eigen kunnen”, zo omschrijft algemeen directeur Eddy Jharap het jubileum van Staatsolie Maatschappij Suriname NV; een bedrijf dat in de eerste plaats zelf geen commerciële activiteiten zou ontplooien. En vertrouwen was wel nodig: gestart werd met een voor Suriname nieuwe industrie. Veel moeite, zweet én geld is ermee gemoeid gegaan om te gaan van nul naar de huidige 12.500 barrels per dag. Opgebouwd is een bedrijf dat een signifikante bijdrage levert aan de Surinaamse economie. Bij de oprichting was het voornaamste doel het promoten van aardolie-onderzoek, onderhandelen over oliecontracten, controle uitoefenen op de activiteiten van buitenlandse maatschappijen en nagaan of alles volgens de wettelijke bepalingen plaatsvond. Door de ‘oude’ olievondst van Saramacca – het Tambaredjoveld – tot ontwikkeling te brengen, is de deskundigheid sneller vergaard en kader getraind om de instititutionele functie beter in te kunnen vullen.

Goede reputatie
Marc Waaldijk, directeur Refining & Marketing stelt vast dat in de afgelopen periode sprake is geweest van een ‘gestadige positieve groei’. “Een sustainable growth: we zijn in staat geweest om de groei ook in stand te houden.” ” – Als drijfveren voor zijn komst in 1988 noemt hij op: een nieuwe carrière en de uitdaging om mee te helpen aan de opbouw van een jong Surinaams bedrijf – “in het bijzonder aan de ontwikkeling van het raffinaderijproject.” In de eerste periode werd de productie afgenomen door de Suralco als brandstof voor haar elektriciteitscentrale. Ook werd de crude (met vermenging van dertien procent diesel tot Staatsolie 1500) gebruikt als stookolie voor de drogerijen in de rijsindustrie. Volgens Waaldijk hebben deze twee ontwikkelingen Staatsolie een ‘enorme boost’ gegeven in de eerste jaren. Gaandeweg groeide het vertrouwen in de producten van Staatsolie en kwamen andere gebruikers bij, zoals de SAB en de Surinaamse Bierbrouwerij. Staatsolie levert de Suralco nu haar totale behoefte aan industriële brandstof; vorig jaar werd de pijpleiding vanuit Tout Lui Faut naar Paranam in gebruik genomen.
Staatsolie kan de kwaliteiten van haar producten garanderen, zegt Waaldijk. “We zien het als een must, ook omdat we exporteren.” Als je op de exportmarkt zit, moet je concurreren tegen gevestigde bedrijven en aanleveren volgens bepaalde normen of specificaties.” De ISO-certificering recentelijk van Marketing & Sales en het laboratorium geeft de verplichting om volgens bepaalde standaarden te blijven produceren. “Het ligt in de lijn der verwachtingen dat ook de raffinaderij wordt gecertificeerd. Ons doel is om gewoon volgens internationale normen te werken. Wil je een speler zijn op de wereldmarkt, dan zal je je moeten confirmeren aan de gevestigde orde.”
Ben Nuboer, directeur Exploratie en Productie, zegt dat een bedrijf is opgebouwd dat een signifikante bijdrage levert aan de nationale economie. “Aan de industrie in brede zin en meer specifiek de petroleumindustrie.” Nuboer is reeds achttien jaar verbonden aan Staatsolie. Wat Staatsolie volgens hem zo bijzonder maakt, is dat het niet ‘simpelweg’ een succesvol bedrijf is, maar meer een ‘daad’. “Staatsolie is de belichaming van een proces dat zich heeft afgespeeld in de afgelopen twintig jaar en zich hopelijk ook in de toekomst zal afspelen.” Financieel Directeur drs. Iwan Kortram is niet alleen tevreden, maar ook een ‘beetje trots’ onderdeel te zijn van deze voor Suriname historisch zeer belangrijke ontwikkeling. “Het grootste succes is de samenhang en voortgaande integratie van technische, financiële, en sociale aspecten die bij de bedrijfsvoering zijn gerealiseerd, alsook de motivatie en kwaliteit van het personeel. Bij het internationaal zaken doen hebben wij een goede reputatie kunnen opbouwen, wij komen professioneel over en doen in het algemeen een goede job.”

Spilfunctie
In de nationale petroleumindustrie heeft Staatsolie de afgelopen twintig jaren een spilfunctie vervuld. Nuboer: “Ik denk dat we die spilfunctie zullen moeten blijven vervullen. Staatsolie heeft de potentie om dat te blijven doen, heeft de expertise al opgebouwd en heeft een toegevoegde waarde aan de economie gecreëerd.” In het Beleidsplan 2000-2004 gaat Staatsolie uit van verhoging van de productie naar 20.000 barrels per dag, maar ook aan de periode daarna is gedacht. Als grootste uitdaging voor de komende jaren ziet Nuboer het consolideren van de spilfunctie. “Op een beheersbare manier gaan naar een hoger poductieplateau. Dat betekent: produceren tegen een goed rendement, winst blijven maken, anders heb je geen bestaansrecht.” Om dat te bereiken is het continu bijschaven van alle facetten van de bedrijfsvoering om continuïteit te garanderen en winstgevend te blijven een vereiste.
Kortram zegt dat Staatsolie financieel-economisch gezien een belangrijk bedrijf is voor de samenleving. Het is opgeklommen tot de tweede grootste deviezenverdiener van Suriname. Om het huidig productieniveau te handhaven en om groei te bewerkstelligen, zullen investeringen worden gedaan. In 2000 is US$ 50 miljoen winst vóór belastingen gemaakt. Hiervan wordt US$ 15 miljoen aan de algemene reserve van het bedrijf toegevoegd; de rest is voor de overheid. Kortram: “Vanwege haar cashflow kan Staatsolie het expansieprogramma geheel uit eigen middelen financieren. In de toekomst zullen wij leningen sluiten indien aanvullende investeringen moeten worden gedaan, alsook in het kader van de deelname in production sharing overeenkomsten. Leningen aangaan is in principe een gezonde zaak.” Het gaat niet alleen om het verstrekken van fondsen, maar ook om upgrading van de financiële administratie. “In het kader van de voorbereiding, opname van fondsen en aflossing moet immers conform een strak tijdschema nogal wat rapportage plaatsvinden.”
Het personeel is voldoende voorbereid op de groei van Staatsolie; het bedrijf speelt hierop in door het trainen en coachen van medewerkers. “Een continu aandachtsgebied van onze operaties”, legt Nuboer uit. “Dit is een traditie die teruggaat naar de eerste dagen van ons bestaan en die ervoor heeft gezorgd dat wij de ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben kunnen realiseren.” Daarnaast worden aan medewerkers andere mogelijkheden geboden om hun vaardigheden en kennis verder te ontwikkelen, zoals het werken met buitenlandse experts in projectteams. “Ons personeel is dus genoeg voorbereid om de expansie van de productie naar 20.000 barrels per dag in de komende vier jaren op een adequate wijze te kunnen realiseren.”

Penetreren
Weinig mensen hadden in het begin er geloof in dat Suriname in staat was een olie-industrie te ontwikkelen. Daarom was elke vat olie die naar boven werd gehaald een ‘geweldig’ succes. Geleidelijk aan groeide het bedrijf: uitbreidingen liepen parallel met verhoging van de aardolieproductie. Kortram schetst enkele belangrijke ontwikkelingen. De succesvolle internationale financiering door ABN-AMRO (Houston) en de Europese Investeringsbank (EIB in Luxemburg) van grote projecten, zoals de raffinaderij en de pijplijnen, die vrijwel alle binnen tijdschema en budget zijn opgeleverd en waarbij geen noemenswaardige ongelukken hebben plaatsgevonden. De production sharing contracten met het Consortium bestaande uit Shell Exploration B.V., Burlington Resources Ltd., Totalfina, Korea National Oil Company en Totalfina (voor het off shore gebied) in 1999 en Koch Exploration International B.V. eind vorig jaar en het doorvoeren van het HSEQ-beleid en de vooruitgang die is geboekt.
De export van crude kwam in 1987 op gang; door een staking bij de Suralco – die vrijwel de gehele productie afnam – zat Staatsolie met de olie in haar maag, zegt Waaldijk. “De olie moest hier opgeslagen worden, zo kwam een contract met de raffinaderij op Trinidad tot stand.” Maar Staatsolie wil haar markt uitbreiden. Vorig jaar werd een leveringscontract gesloten met de Barbados National Oil Company (BNOC). “We zijn al jaren bezig om de markt in Barbados te penetreren. Dat lukt al aardig. Daar is er een grote behoefte aan olie. Barbados produceert zelf een beetje en importeert veel nog. We hebben al een aardige voet in de deur.” Daarnaast is Staatsolie bezig de markt in Guyana – “een land vol mogelijkheden” – te ontwikkelen. Om de positie van Suriname op de Caribische markt te consolideren heeft Marketing & Sales als exportstrategie om voor de landen in de regio de leverancier te zijn van goede, milieuvriendelijke stookolie – weinig zwavel en metalen – en de schepen die onze havens aandoen of Suriname voorbij varen van brandstof te voorzien (bunkering services). “Bij verhoogde productie over een aantal jaren zullen de leveringen van ruwe olie aan raffinaderijen in de regio ook toenemen.”
In de werkgelegenheidssfeer is Staatsolie verantwoordelijk voor duizend hoogwaardige arbeidsplaatsen: 635 in het bedrijf zelf en de rest via contractors. Kortram: “De voorbeeldfunktie die Staatsolie voor velen vervult, moet niet worden onderschat.” Aan de ontwikkeling van het district Saramacca – waar de meeste medewerkers zitten en vanwaar de olie wordt verpompt – heeft Staatsolie een ‘enorme bijdrage’ geleverd. Nuboer: “Dat is niet alleen terug te vinden in een duidelijke verhoging van de levenstandaard van de zo’n 150 medewerkers en hun gezinnen maar ook aan de rehabilitatie van de drinkwaterplant van Tijgerkreek en de Oost-west-verbinding. Dat is ook te merken aan de voorzieningen die de gezinsleden van onze medewerkers in Saramacca hebben op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg; die verschillen niet van die van de werknemers die in de stad wonen.”

Moeilijke momenten
In de ontwikkeling van Staatolie zijn er ook moeilijke momenten geweest. Jharap: “Dat gebeurt in het proces van bedrijfsvoering. Belangrijk is dat we al die hordes, tegenslagen, te boven zijn gekomen en lessen hebben geleerd om de nodige aanpassingen te plegen.” Ondanks de hobbels is het gelukt de petroleumsector in Suriname tot ontwikkeling te brengen. “We kunnen altijd klagen en proberen de schuld van onze tekortkomingen af te schuiven op een ander. Voor ons geldt echter dat de olie die in de grond zit rendabel gemaakt moet worden.”
Desondanks gaan er stemmen op dat Staatsolie het beter kan. “We luisteren ernaar”, zegt Jharap, “maar ik denk dat men zich eerst moet afvragen wat de maatstaf is. Ik denk dat er in de afgelopen twintig jaar maar enkele bedrijven zijn die een groei vergelijkbaar met die van Staatsolie hebben doorgemaakt. Staatsolie is geen high tech bedrijf dat na twee of drie jaren een enorme kapitaalgroei doormaakt. Ze is een conventioneel productiebedrijf. In de wereld zijn er maar weinig maatschappijen die in twintig jaar van niets zijn gegroeid naar een bedrijf dat meer dan de nationale aardolieconsumptie van een land produceert. Onze omzet is in twintig jaren gestegen van nul naar US$ 100 miljoen.”
In het Caribisch gebied is Suriname ook een rol gaan spelen. Na Cuba en Trinidad, staat Suriname op de derde plaats voor wat betreft de productie van aardolie. Suriname en Trinidad zijn de enige twee landen die olie exporteren. Vanwege de kleine bevolking is de lokale behoefte aan energie relatief beperkt. Waaldijk legt uit dat op dit moment de productie van Staatsolie ongeveer de totale energiebehoefte (in barrels) dekt. “Als land zijn we qua energie in balans. Omdat we nog niet alle benodigde petroleumproducten fabriceren, dienen we zaken zoals diesel, benzine en kerosine te importeren. Dit heeft tot gevolg dat we een deel van onze aardolieproductie nu in hogere mate in de regio moeten afzetten.” Sinds kort worden diesel en stookolie geleverd aan schepen die de haven van Paramaribo aandoen.

Vooruitzichten
De vooruitzichten voor Staatsolie zijn goed, maar het zal een ‘struggle’ – zoals Nuboer het noemt – zijn om tegen een goed rendement te blijven produceren en de spilfunctie te consolideren. “Ook al ben je winstgevend, je kan het je niet veroorloven om te stoppen met verbeteringen. Want de concurrent gaat door en als je niets doet, raak je in problemen. De drive om continu te verbeteren, vooruit te gaan, nooit tevreden te zijn, die moet er absoluut zijn. Je hebt geen keus.” Er zijn plannen voor het exploreren en eventueel produceren van olie in gebieden buiten het Tambaredjoveld. Staatsolie heeft het grootste deel van de kustvlake in concessie en delen hiervan zullen in eigen beheer worden geëxploreerd. Voor het onderzoeken van olievoorkomens in het ander deel wordt samengewerkt met ‘derden’. Volgens Waaldijk vraagt de ontwikkeling van de aardoliesector in Suriname om een andere benadering van de overheid. “De sector zal verder dienen te worden ontwikkeld in de private sfeer, waarbij de ‘ownership and control’ rol van de overheid één wordt van slechts controle en stimulering door middel van de juiste incentieven. Staatsolie kan daarin een belangrijke rol vervullen. Naast inkomsten voor de Staat uit royalties, belastingen en dividend wordt er uiteraard meer hoogwaardige werkgelegenheid geschapen, waardoor onze jeugd van een goede toekomst is verzekerd.” Kortram zegt dat door te kiezen voor groei en flexibele bedrijfsvoering, het Staatsolie in de afgelopen periode voor de wind is gegaan. Het bedrijf heeft sinds haar oprichting een uitgebreid netwerk van lokale en internationale contacten opgebouwd. “Deze zijn van onschatbare waarde geweest bij de ontwikkeling van ons bedrijf. Hierbij moet ook de belangrijke ondersteuning die Staatsolie van de overheid heeft gekregen, worden benadrukt. Een aparte factor is ook het directieteam: niet gelijksoortig, maar wel gelijkgericht. Daarom lukt het ons gelijktijdig vooruit en achteruit, naar boven en beneden te kijken bij het bepalen van overlevingsstrategieën.” Jharap ziet Staatsolie als voorbeeld voor de Surinaamse productiesector. “Ik geloof dat bedrijven die niet van de grond kunnen komen en vaak de stagnatie wijten aan de overheid, de infrastructuur of andere zaken, best wel zouden kunnen kijken hoe wij de problemen hebben opgelost. In belangrijke mate hangt het slagen van een bedrijf af van het management en personeel en de manier waarop zij zich de doelstellingen van het bedrijf eigen maken en zich inzetten om die te realiseren.”