| |
Ingrediënten voor een duurzame relatie
Op vrijdag 31 mei is het onderstation te Sarah Maria onder ruime belangstelling officieel in gebruik genomen. In de toespraken is onder meer gewezen op het belang van het project, niet alleen voor Staatsolie, maar ook voor de EBS en het land.
Staatsolie heeft ruim 1,5 miljoen US dollar geïnvesteerd in het project. Eddie Jharap, Algemeen Directeur van Staatsolie, legde uit waarom de maatschappij voor elektriciteit van de NV Energie Bedrijven Suriname (EBS) heeft gekozen in plaats van zelf haar opwekcapaciteiten uit te breiden. Uitbreidingen kosten niet alleen veel geld, de centrales worden ingewikkelder, wat weer leidt tot vergroting van de staf en onderhoudsafdeling. “De maatschappij wordt zodoende kwetsbaarder voor de olieprijsschommelingen.” Omdat Staatolie hoge commerciële normen heeft voor haar bedrijfsvoering, wordt steeds uitgekeken naar manieren om die zo efficiënt mogelijk te maken. “Daartoe wordt aan de ene kant de kwaliteit van iedere medewerker verhoogd en aan de andere kant diensten die anderen op een concurrerende manier kunnen leveren zoveel mogelijk uitbesteed. In het kader van dit beleid zijn wij na ampele overwegingen ertoe overgegaan om elektriciteit die nodig is voor de bedrijfsvoering in Saramacca van de EBS te betrekken en onze eigen dieselcentrale op te heffen.” Over een eventuele samenwerking met de EBS voor stroomopwekking met gas, dat wordt voortgezet, wordt in een later stadium een beslissing genomen.
Minister Demon had veel lof voor de wijze waarop de twee maatschappijen met elkaar samenwerken en hoopt dat andere staatsbedrijven dit voorbeeld opvolgen. “Dit onderstation markeert de successen die de aardoliewinning in Suriname in de afgelopen twintig jaar heeft weten te boeken.” Volgens de bewindsman toont de samenwerking hoe ondernemingen resultaat kunnen bereiken zonder frequent op de stoep van de regering te staan.
Trots
Volgens Demon biedt de oliesector Suriname voldoende perspectieven. De productie is opgevoerd tot de huidige 14.000 vaten per dag met een waarde van bijna 100 miljoen dollar op jaarbasis. “De aardoliesector is uitgegroeid tot de op een na belangrijkste sector van onze economie, vooral wat betreft deviezengenerering.” De minister verzekerde dat het beleid van de regering erop is gericht om de positie van Staatsolie verder uit te bouwen door verhogen van de olieproductie naar 20.000 barrels in de komende jaren, het verder onderzoek naar nieuwe voorraden te land en in zee te stimuleren, de verwerkingscapaciteit uit te breiden en in de regio nieuwe markten voor aardolieproductie aan te boren. “De regering heeft het volste vertrouwen erin dat Staatsolie deze doelstellingen volledig realiseert. Daarbij zal een goede energievoorziening voor het bedrijf zelf een eerste vereiste zijn.”
Oemar Chiragally, voorzitter van de Raad van Commissarissen van de EBS, sprak van een belangrijk moment voor het energiebedrijf. “Voor de EBS is dit ook een belangrijk moment, omdat weer is bewezen dat wij elke uitdaging aangaan en tot een succesvol en bevredigend resultaat brengen.” Chiragally schetste in het kort de ontstaansgeschiedenis van het project. In juni 1984 deed de EBS het eerste uitgewerkte voorstel aan Staatsolie voor de bouw van een transmissielijn en onderstation. In 1991 werd het eerste officiële aanbod met een prijskaartje gedaan voor de bouw van een 33.000 volt transmissielijn en onderstation. Door de prijs- en koersontwikkeling werd in juli 1996 een nieuwe offerte gedaan. De kosten: 2 miljoen US dollar. In januari 2000 werden de afrondende gesprekken tussen de EBS en Staatsolie gevoerd. “Dit project heeft een lange weg afgelegd voordat dit eindpunt bereikt werd.” Vandaar dat Chiragally met genoegen en trots de officiële ingebruikname van het onderstation onderging. “Met trots, omdat uw bedrijf getoond heeft het vertrouwen te hebben in de toekomst en mogelijkheden van de EBS”, richtte hij zich tot Jharap.
Wederzijds
“Staatsolie en EBS hebben een lange historie van samenwerking” memoreerde Jharap. “Door de ervaringen van het verleden zijn beide maatschappijen gegroeid en vandaag hebben we een project geheel afgerond, dat duidelijk alle ingrediënten heeft voor een duurzame relatie gebaseerd op wederzijds commercieel voordeel. Ik hoop dat deze relatie nieuwe bouwstenen zal aandragen om de hernieuwde samenwerking tussen Staatsolie en EBS stap voor stap uit te breiden naar andere commerciële mogelijkheden.”
Wim Dwarkasing, manager Engineering & Drilling (Staatsolie), behoorde ook tot de sprekers. Hij ging in op de technische aspecten van het project. Het lag in de bedoeling om in oktober 2001 de koppeling tussen het onderstation en de distributielijnen van Staatsolie te maken, maar dat moest enkele maanden worden uitgesteld door oponthoud in de levering van materialen. De omschakeling werd op 26 maart 2002 gemaakt. Constructie van het onderstation en aanpassing van de Staatsolie-distributielijnen hebben ruim 1,5 miljoen US dollar gekost. Voor Staatsolie gelden de tarieven voor industriële afnemers. Dwarkasing feliciteerde de directies van beide bedrijven met deze mijlpaal.
Alle sprekers dankten de technici van EBS en Staatsolie en de contractors die aan het project hebben gewerkt. Jharap had ook complimenten voor de manier waarop de veiligheid in acht is genomen tijdens de werkzaamheden. Na de toespraken begaven de aanwezigen, waaronder de goed opgekomen pers, zich naar het onderstation waar onthulling van de plaquette plaatsvond. Ook kregen ze een rondleiding in het gebouw van Sam Mehairdjan, die de leiding had van het EBS-team dat aan het project heeft gewerkt.
|